Vragen of afspraak maken?

Stuur ons een bericht op Whatsapp

09:00 - 17:30
Van ma t/m vr geopend

KOOPWONINGMARKT VERKEERT IN EEN STAGNERENDE FASE

10 oktober 2016

De huidige koopwoningmarkt kan volgens de 25ste Monitor Koopwoningmarkt als stagnerend worden getypeerd. Er is een dalende trend in het aantal transacties en het aantal verkochte nieuwbouwkoopwoningen. Ook is sprake van een aanhoudende maar enigszins afvlakkende stijging van de koopprijzen in de afgelopen kwartalen. De gegevens over het eerste kwartaal van 2019 bevestigen dit beeld.

Na een periode van fors herstel tussen medio 2013 en eind 2017, is begin 2018 een nieuwe fase aangebroken, die door deskundigen als ‘meer normaal’ wordt betiteld in vergelijking met de omstandigheden in de afgelopen jaren. De koopwoningmarkt is op zoek naar een nieuw evenwicht, wat nog wel een aantal kwartalen kan aanhouden. Of en hoe lang de stagnerende fase aanhoudt of wordt omgebogen, hangt sterk samen met externe factoren, zoals de nieuwbouwproductie, het woonconsumentenvertrouwen en het overheidsbeleid.

Prijsstijging bestaande koopwoningen houdt aan

De koopprijzen van woningen stijgen over het algemeen nog steeds. De Prijsindex Bestaande Koopwoningen (van het CBS en het Kadaster) is in het eerste kwartaal van 2019 opgelopen naar 128,9; een stijging van 1,7% ten opzichte van het vorige kwartaal en van 7,9% in vergelijking met het eerste kwartaal van 2018.

Het prijsniveau ligt in nominale termen inmiddels ruim boven het niveau van voor de crisis; gecorrigeerd voor de inflatie in dezelfde periode komt de PBK nog steeds circa 8% lager uit dan medio 2008.

De mediane koopprijs, geregistreerd door de NVM, komt in het eerste kwartaal van 2019 uit op €294.000. Dit betekent voor het eerst sinds eind 2013 dat de mediane prijs (minimaal) lager is dan in het voorliggende kwartaal (-0,1%), maar nog steeds 8,1% hoger dan een jaar geleden. De ervaring leert dat de prijsstijging in het eerste en derde kwartaal over het algemeen iets lager uitkomt dan in de beide andere kwartalen in het jaar. De betekenis van deze zeer geringe daling in het meeste recente kwartaal is daarom vooralsnog niet duidelijk.